Overslaan en naar de inhoud gaan

Oud-leerling: Mia Suykerbuyk
Afstudeerrichting: Grieks (1980)
Woonplaats: Essen
Huidig beroep: Ere-afdelingsvoorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen

In gesprek met Mia Suykerbuyk

We verwelkomden onlangs oud-leerling Mia Suykerbuyk uit Essen, voormalig afdelingsvoorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen (afdeling Turnhout). Sterk onder de indruk van haar loopbaan gingen we met haar in gesprek. Een verhaal over internaatsjaren, een rechtbank op mensenmaat en de evolutie binnen justitie.

Welkom terug op uw oude school, mevrouw Suykerbuyk. U studeerde in 1980 bij ons af in de opleiding Grieks. Wat herinnert u zich nog van die tijd?
Ik kijk met veel warmte terug op mijn schooljaren. Het schooltoneel onder leiding en regie van Bert Van Eekert blijft me bijvoorbeeld sterk bij: we speelden meermaals een stuk van Bertold Brecht in de Warande en dat was telkens bijzonder. Ook enkele leerkrachten zijn me bijgebleven, zoals Magda Kenis voor Grieks, die met veel overtuiging en stijl lesgaf, en Herman Willems die het vak geschiedenis inspirerend kon brengen.

U zat ook zeven jaar op internaat. Hoe heeft u die periode ervaren?
De zusters waren streng, maar dat paste bij die tijd. We sliepen in kamers - gelukkig geen kleine “chambrettes” - en per jaar zaten we samen op een gang, met een surveillante die alles in ‘t oog hield. Het dagritme lag vast: ontbijt, ’s middags warm eten in de refter, om vier uur een koek en ’s avonds nog een maaltijd, met vooral veel studietijd tussendoor. Af en toe mochten we tv kijken, zoals Happy Days of het nieuws. Ik heb er fijne herinneringen aan en met sommige oud-klasgenoten heb ik nog altijd contact.

Fijn om dat te horen. Bent u meteen Rechten gaan studeren?
Inderdaad. Ik deed mijn kandidaturen aan UFSIA in Antwerpen en mijn licentiejaren aan KU Leuven.

Hoe is uw carrière verlopen?
Ik ben mijn loopbaan gestart aan de balie - net zoals mijn vader - en heb vijftien jaar als advocaat gewerkt. Ik had ook een deeltijdse opdracht als assistent recht in de eerste kandidatuur Rechten. Na verloop van tijd kreeg ik de kans om deel te nemen aan het examen voor de magistratuur. Ik dacht: ik probeer het gewoon en ik slaagde. Omdat het attest maar zeven jaar geldig was, moest ik binnen die termijn beslissen of ik effectief de overstap zou maken. Er waren vacatures in Turnhout en Antwerpen; ik heb voor beide plaatsen gesolliciteerd, maar koos uiteindelijk bewust voor Turnhout. Daar heb ik vervolgens 25 jaar met veel inzet en plezier gewerkt, tot ik eind 2024 met pensioen ging.

U werd ook voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, Afdeling Turnhout.
Klopt, de laatste zes jaar - van 2018 tot 2024 - was ik voorzitter. Dat was een intense, maar ook heel boeiende periode. Sinds 2014 is de rechtbank gefuseerd met Mechelen en Antwerpen. Dat betekende veel overleg, onder meer in het directiecomité. Als voorzitter van Turnhout vergaderde ik om de twee weken met de voorzitters van Mechelen en Antwerpen. We bespraken de noden, taakverdeling en de algemene werking van onze rechtbank.

Hebt u veel stress ervaren in die functie?
Soms wel, vooral door het personeelstekort. Als iemand uitviel, moest je meteen oplossingen zoeken, zodat de werking niet stilviel. Dat bracht uiteraard druk met zich mee, zeker op piekmomenten. Tegelijk hielp het enorm dat de sfeer in Turnhout zo goed is: een hecht team, korte lijnen en een rechtbank op mensenmaat. We werkten hard en efficiënt, met de voeten op de grond en zonder veel ‘poeha’.

Hoe groot was uw team?
We hadden ongeveer 80 medewerkers: een 16-tal rechters, maar ook griffiers, administratief personeel, bodes, onderhoudsmedewerkers en andere ondersteunende functies.

Waar kijkt u met trots op terug?
Ik ben best trots dat ik slaagde voor het magistratenexamen, want dat lukt niet iedereen. Die stap betekende ook een grote verandering: als advocaat verdedig je het standpunt van je cliënt, maar als rechter moet je knopen doorhakken en beslissingen nemen. Die verantwoordelijkheid heb ik altijd heel ernstig genomen.

Vond u het soms moeilijk om het juridische en het menselijke te combineren?
In het begin is dat zoeken en twijfel je wel eens; dat is normaal. In familiezaken voel je vaak snel aan wat het beste is, zeker wanneer er kinderen bij betrokken zijn. De uitdaging zit dan in hoe je dat juridisch correct én menselijk brengt. Daarom ben ik ook zo’n voorstander van kamers voor minnelijke schikking: daar moedig je mensen aan om via overleg en bemiddeling zelf tot een oplossing te komen. Dat werkt vaak het best, omdat het draagvlak groter is en het voor iedereen minder zwaar weegt.

Staat het welzijn van het kind nu meer centraal dan vroeger?
Ja, zo heb ik dat toch ervaren. Vroeger kwamen vechtscheidingen vaker voor en raakten kinderen te gemakkelijk op de achtergrond. Vandaag ligt de focus sterker op hun welzijn.

U behandelde niet alleen familiezaken, toch?
Klopt. Naast familiezaken deed ik ook burgerlijke dossiers, zoals bouwgeschillen, contractuele discussies of factuurkwesties. Daarnaast sprong ik, wanneer dat nodig was, ook wel eens bij in de raadkamer en op de correctionele zittingen. Een boeiende afwisseling.

Zijn er veel vrouwen actief in justitie?
Ja, absoluut. Vandaag hoor ik dat de opleiding Rechten voor ongeveer driekwart uit vrouwen bestaat. Ook in mijn omgeving was dat duidelijk: bij ons waren 12 van de 16 rechters vrouw. Ik heb dus nooit het gevoel gehad dat ik als vrouw extra moest vechten om door te groeien.

Gelukkig maar. Welke eigenschappen heeft iemand nodig om een job als magistraat vol te houden?
Je hebt zeker doorzettingsvermogen nodig, want de werkdruk is hoog en dossiers kunnen lang aanslepen. Daarnaast is relativeringsvermogen belangrijk: je mag het werk niet constant mee naar huis nemen en je moet kunnen blijven functioneren, ook als de emoties hoog oplopen. Maar nog het meest essentieel is menselijkheid. Achter elk dossier zitten mensen met een verhaal, en net daarom moet je niet alleen juridisch correct, maar ook met respect, luisterbereidheid en empathie kunnen handelen.

Als u terugblikt op uw carrière, zijn er dan zaken die u anders zou hebben aangepakt?
Misschien zou ik me in bepaalde situaties minder druk maken. Je wil alles goed doen en je voelt je verantwoordelijk voor de werking, zeker als er veel op je bord ligt. Achteraf bekeken had ik soms meer moeten denken: “dit komt wel goed, stap voor stap”. Maar dat is achteraf natuurlijk makkelijk gezegd. Op het moment zelf doe je wat nodig is, met de middelen en de tijd die je hebt.

Is er iets dat u mist uit uw carrière, nu u met pensioen bent?
Ik mis vooral de collega’s en de samenwerking: het overleg, de gesprekken tussendoor en het gevoel dat je samen een team vormt. Ook het netwerk in Turnhout laat een leegte achter: je hebt door de jaren heen sterke professionele contacten opgebouwd met de balie, het parket en andere partners. Ik geniet nu wel van mijn kinderen en kleinkinderen die in Brugge, Polen en Brussel wonen. Samen met mijn man heb ik nu tijd om hen te bezoeken en te verwennen.

Welke raad heeft u voor jongeren met juridische ambities?
Lees zoveel als je kan, dat is zo verrijkend. Wees ook kritisch. Neem informatie niet zomaar aan, stel vragen, check bronnen en durf verschillende standpunten naast elkaar te leggen. En probeer altijd met nuance naar zaken te kijken: conflicten zijn zelden zwart-wit. Achter elk dossier zit een context en een menselijk verhaal. Net daarom is het belangrijk om zorgvuldig te oordelen, helder te argumenteren en tegelijk empathisch te blijven.

Dank u wel voor dit openhartige gesprek, mevrouw Suykerbuyk. We wensen u van harte nog een boeiende pensioentijd toe.